Satirische voorstellingen waren in de vroegmoderne periode een populair genre in de Nederlanden en combineerden alledaagse scènes en allegorische figuren met een duidelijke morele boodschap. Met behulp van humor, overdrijving en spreuken bekritiseerden zij menselijk gedrag en zetten zij de kijker aan tot zelfreflectie. Het onderschrift van dit schilderij waarschuwt voor de gevaren van gehuichelde vriendschap en voor de partijdigheid waarmee mensen de daden van vrienden en vijanden beoordelen: wie men haat, wordt in alles negatief beoordeeld, terwijl wie men liefheeft, in alles wordt verontschuldigd. De afgebeelde figuren verbeelden deze morele les. Centraal is een zwartgeklede man met een beurs in de hand afgebeeld. Rechts staat een man in een rode jas met een masker op het achterhoofd, terwijl links een grijsgeklede man in gesprek is met een fabeldier.