Eeuwenlang werd Gent omringd door muren en grachten. Wie de stad wilde binnenkomen of verlaten, moest passeren langs indrukwekkende, bewaakte stadspoorten. Ze waren er niet alleen om de stad te verdedigen, maar dienden ook als controlepunten voor handel en verkeer.
Vanaf de 9de eeuw groeide Gent gestaag, en telkens schoof de omwalling verder naar buiten. In de 14de eeuw telde de stad acht poorten. Vanaf 1780 verloren ze hun militaire functie, werden ze vervangen door octrooipoorten en verdwenen ze uiteindelijk helemaal. Toch leven de stadspoorten voort in veel plaatsnamen. Deze digi-expo neemt je mee naar de plekken waar Gent ooit begon – aan de poorten van de stad.
In de 16de eeuw stond deze poort te boek als de mooiste van Gent. De oudste naam, Sint-Clarapoort, verwijst naar het naburige klooster van de Rijke Claren, dat in 1578 werd gesloopt. ‘Keizerpoort’ verwijst naar het Duitse Keizerrijk, waarvan het territorium aan de overkant van de Schelde begon.
Er waren ooit twee Muidepoorten. De buitenste, die je hier op de tekening ziet, en de binnenste. Die lag dichter bij het stadscentrum, ter hoogte van de huidige Muidelaan en Bevelandstraat. Het calvinistische bestuur bouwde in 1577 een nieuwe versterkte omwalling, en de Binnenste Muidepoort maakte daar deel van uit.
Petercellepoort slaat niet op peterselie, maar op het Latijnse 'petri cella', wat ‘kluis van Petrus' betekent - een verwijzing naar de Sint-Pietersabdij. In de 13de eeuw behoorde deze plek tot de abdij. In 1253 sloten stad en abdij een akkoord om samen hun grondgebied te beschermen en twee poorten te bouwen: de Petercellepoort en de Heuvelpoort.
De naam Dampoort is afgeleid van de Nieuwe Steendam, de dijkweg die na 1540 de nieuwe uitvalsweg uit de stad vormde. Ze verving de Spitaalpoort en Dendermondse Poort. Die verdwenen nadat keizer Karel de Sint-Baafsabdij had laten afbreken als straf omdat Gent in opstand was gekomen tegen zijn gezag. De Dampoort werd ook eventjes Geuzenpoort genoemd: het katholieke Spaanse bestuur had ze gebouwd uit vrees voor een aanval van de calvinisten of geuzen.
Brugse Poort is een ‘bestemmingsnaam’. Buiten de poort begon de oude weg naar Brugge. Aan het eindpunt ervan vond je te Brugge de Gentpoort, het spiegelbeeld van de Brugse Poort als het ware. De twee steden lustten elkaar in de middeleeuwen vaak rauw. Zou dat de reden zijn dat de landweg tussen beide via grote bochten en omwegen liep? Het lijkt wel alsof ze liever niet rechtstreeks met elkaar in verbinding stonden.
De naam van de poort verwijst naar Sint-Lieven, een belangrijke Gentse heilige. Ieder jaar gingen de Gentenaars met zijn relieken in processie naar Sint-Lievens-Houtem. Maar die bedevaart had een slechte reputatie: het zou een braspartij en een broeihaard voor opstanden zijn. In 1540 vond keizer Karel het welletjes en schafte ze af.
Van alle middeleeuwse poorten bleef de Heuvelpoort het langst overeind. Ze heette oorspronkelijk Overpoort - (H)euverpoort op z’n Gents - omdat ze ‘over’ of voorbij het grondgebied van de stad was gelegen, op het terrein van de Sint-Pietersabdij. De Fransen begrepen die ‘heuver’ verkeerd en maakten er in de 19de eeuw ‘Porte de la Colline’ van, ‘Poort op de heuvel’ dus.
Hoe de stadspoorten uiteindelijk verdwenen en dé plaats werden waar nieuwe wijken ontstonden, ontdek je in deze animatie.
De expo De Poorten - Op 't randje van de stad liep van 29.11.2024 tot 31.08.2025 i.s.m. historian in residence Tina De Gendt en Erfgoedcel Gent
Beelden: Archief Gent, STAMcollectie
Animatie: Mikélé
3D beeld: Dirk Van Wittenberghe