Medaille ter ere van vander Mersch en van der Noot
Hendrik van der Noot (1731–1827) en Jan Andries vander Mersch (1734–1792) waren spilfiguren tijdens de Brabantse Omwenteling (1789–1790), een opstand in de Zuidelijke Nederlanden tegen het Oostenrijkse gezag van keizer Jozef II. Deze omwenteling leidde tot de kortstondige oprichting van de Verenigde Nederlandse Staten (januari–december 1790).
In oktober 1789 trokken van der Noot en generaal vander Mersch met een patriottenleger vanuit Breda het keizerlijke deel van het hertogdom Brabant binnen. In de eerste veroverde (of bevrijde) gemeente, Hoogstraten, publiceerde van der Noot op 24 oktober 1789 het Manifest van het Brabantse Volk, waarin hij uiteenzette waarom het Brabantse volk het recht had om de gehoorzaamheid aan de keizer op te zeggen. In de daaropvolgende maanden werden Turnhout, Gent en Brussel veroverd, en ook de andere Zuid-Nederlandse staten zegden hun trouw aan Jozef II op. De Staten van Vlaanderen deden dit op 4 januari 1790 met het Manifest van de Provincie Vlaanderen. Kort daarna werd van der Noot het hoofd van de nieuwe confederale Zuid-Nederlandse republiek.
Het koperen medaillon toont in zilver de naar elkaar toegekeerde bustes van vander Mersch (links) en van der Noot (rechts). Langs de verhoogde rand is gegraveerd: G.RL VAN DER MEERSCH (links) EN M.E.H. VAN DER NOOT (rechts), en onderaan (vermoedelijk) 1790.
Op de keerzijde zijn de vier bevestigingsvijzen zichtbaar waarmee de figuren zijn opgezet. Bovenaan bevindt zich een rechthoekige lus, versierd met twee lauriertakjes.