Deze strohoed heeft een lage, licht puntig toelopende bol en een uitzonderlijk brede rand. De hoed is afkomstig uit het Groot Begijnhof en werd mogelijk gedragen door een begijn. De vorm wijkt echter af van de bekende voorstelling van begijnen in het zogenoemde habijt ordinaire, zoals afgebeeld in een aquarel die vermoedelijk afkomstig is uit Costumen der religieusen ordens en geestelijke vergaderingen die binnen de stad Gend geweest zijn … van Louis De Clercq, evenals van de beschrijving in Theatrum Fungorum oft het Toneel der Campernoelien (1675) van Franciscus van Sterbeeck. Daarin wordt een brede, schijfvormige hoed beschreven die naar het midden toe spits oploopt.
De hoed maakte deel uit van de verzameling van Louis Verboeckhoven en werd in april 1885 in Gent voor het museum aangekocht. Reeds in 1877 was het object te zien op een tentoonstelling in de Aula van de Universiteit van Gent.