Dit geweer is voorzien van een radslot, een afvuurmechanisme dat rond het begin van de 16de eeuw ontwikkeld werd voor handvuurwapens. Radslotwapens waren duur in vervaardiging en werden daarom vooral gebruikt door vorsten, edellieden, welgestelde burgers en schuttersgilden.
Dit exemplaar heeft een lange, achthoekige loop, met laadstok en vizier, en een houten kolf die rijkelijk versierd is met ingelegde platen van ivoor en parelmoer, gecombineerd met fijne metaaldraadinleg.
Op de slotplaat bevindt zich een figuratieve voorstelling in een tuin- of parklandschap met architecturale elementen, sierlijke vazen, een fontein en, vermoedelijk, Suzanna en twee ouderlingen. Rechts bovenaan staat de naam van de wapenmaker: “W. Weyerer”, afkomstig uit Braunau. Links op de voorstelling is de naam van de graveur aangebracht, "CT Steng", gevolgd door de afkorting "Scul".
De pyrietklem van de haan draagt een voorstelling van een gevleugelde, vrouwelijke engelfiguur met een bazuin.
De kolf is verder afgewerkt met symmetrisch opgebouwde ornamenten bestaande uit rankwerk, voluten, bloemmotieven en cartouches. Onderaan staan twee wapenschilden, in hout uitgesneden.