Chatelaine met schaar, naaldenkoker, speldenkussen en snuifdoos
De gordelhaak werd over de tailleband of riem gedragen. Zowel mannen als vrouwen droegen van de 16de tot de 19de eeuw chatelaines. De naam komt van Franse woord châtelaine, waarmee de dame van het kasteel of een groot huishouden wordt aangeduid die vaak een gordel droeg met daaraan een grote sleutelbos. Toen de huishoudster later de sleutels aan een ketting ging dragen veranderde de chatelaine van praktisch statussymbool tot nuttig sieraad.
Deze chatelaine behoorde toe aan een vrouw. De plaat waaraan de haak is bevestigd, is versierd met een vrouw met twee kinderen die boeken vasthouden. Aan de haak hangen kettinkjes met medaillons waaraan diverse kleine voorwerpen zijn bevestigd: een schaartje, een naaldenkoker, een hartvormig speldenkussen, een snuifdoosje en een hoger doosje, mogelijk bestemd voor cosmetica.
Deze eenvoudige chatelaine, mogelijk van Noord-Nederlandse oorsprong, kreeg vermoedelijk later valse merken om de waarde in de antiekhandel te verhogen.