Dit Onze-Lieve-Vrouwe beeldje, voorzien van een 19de-eeuwse beschildering, is vervaardigd uit lood met een kleine hoeveelheid tin.
Volgens de overlevering gaat het om Onze-Lieve-Vrouw ter Zwaluwen, een devotie die gebaseerd is op een 16de-eeuwse legende. In de omgeving van Gent merkten bewoners dat een groot aantal zwaluwen dag en nacht rond een oude linde zwermde. Wanneer ze nader gingen kijken, vonden ze een beeldje van de Heilige Maagd dat in de boom verborgen was. Vermoedelijk werd het beeldje daar tijdens de Beeldenstorm in augustus 1566 verstopt, toen talrijke kerkelijke objecten in veiligheid werden gebracht. De bewoners besloten om het Mariabeeld een waardiger plaats te geven in de kapel van de Tempeliers, nabij het Augustijnenklooster. De kapel werd daarom bekend als die van O.-L.-Vrouw ter Zwaluwen.
De legende ontstond waarschijnlijk tijdens de Contrareformatie, aan het einde van de 16de en het begin van de 17de eeuw, toen mirakelverhalen werden verspreid als middel om het katholicisme te bevorderen. In Gent werden in die periode talrijke Mariabeelden vervaardigd. Dergelijke devotionele tradities verloren aan het begin van de 20ste eeuw geleidelijk aan betekenis door een afnemende belangstelling voor volksdevotie.
In 1795 werd de kapel, in navolging van de Franse Revolutie, gesloten en gesloopt. Het beeld werd in veiligheid gebracht en overgebracht naar het Sint-Jacobsgodshuis in Nieuwland, waar het boven de ingang werd geplaatst. In 1864 werd het godshuis door het stadsbestuur gesloten.
Daarna is het verdere lot van het beeld van Onze-Lieve-Vrouw ter Zwaluwen onzeker. Wel is bekend dat een kleine schilderij waarop de legende is afgebeeld in bewaring werd genomen door de Zusters van de Kindsheid Jesu, gevestigd in de Nederpolder. Het beeld zelf was echter nooit in hun bezit. Lange tijd werd aangenomen dat het beeld terechtkwam in het Oudheidkundig Museum (het huidige STAM), en werd dit exemplaar bijgevolg geïdentificeerd als het oorspronkelijke beeld uit het Tempelhof. Deze identificatie kan echter niet met zekerheid worden bevestigd. Zo is het onbekend door wie en wanneer dit beeld aan het museum werd geschonken.
Bovendien merkte conservator André Van den Kerkhove midden jaren 1990 op dat de iconografie eerder aansluit bij die van de Onbevlekte Ontvangenis: met het hoofd nederig gebogen, geplaatst op een maansikkel en beschilderd in rood en blauw, de traditionele kleuren van Maria. Zwaluwen zijn niet voorgesteld. Stilistisch lijkt het beeldje bovendien te dateren uit het einde van de 17de of het begin van de 18de eeuw.