Een fopkan werd gebruikt als drinkspelletje tijdens feesten in de 17de en de 18de eeuw. Wanneer iemand water uit de kan probeert te schenken, loopt het er langs de gaten uit. De nietsvermoedende drinker zal snel helemaal nat zijn, tot jolijt van medestanders. Wie echter goed kijkt, merkt dat het oor en de bovenrand van de kan hol zijn. Samen vormen ze een buis, zoals een rietje, naar de onderkant van de kan. Als je de tuit aan je mond zet terwijl je een geheim gaatje dicht houdt, kan je de vloeistof zonder te morsen opdrinken.
Dit exemplaar is een typisch voorbeeld van Delfts aardewerk waarin deze kannen veelal werden vervaardigd in de loop van de 17de eeuw. De kan heeft meerdere openingen in de hals, is versierd met fijne lijnen en krullen, en heeft een tinnen deksel.