Dit schilderij toont een typische voorstelling van de verering van de rozenkrans. Centraal staan Maria, op een maansikkel en het serpent, en Christus, op de Passiewerktuigen. Ze worden omringd door een kring van 15 medaillons die de mysteries van de Rozenkrans uitbeelden. Rond ieder medaillon staat een tekst ter verduidelijking, en tussen en rond de medaillons zijn bloemen aangebracht.
Op de zijluiken staan, te midden van engelen, een aantal heiligen, figuren uit het Oude Testament, geestelijken en wereldlijke machthebbers. Allemaal houden ze een rozenkrans in de hand.
De buitenzijde van de luiken toont in twee nissen vanitassymbolen: links een zandloper met twee skeletarmen die een kleine schedel vasthouden, en rechts een doodshoofd.
De verering van de rozenkrans stond centraal bij de Gentse Dominicanen, die vooral tijdens de Contrareformatie in de 17de eeuw bijdroegen aan de verspreiding ervan via gebed en het gebruik van de rozenkrans. In de Dominicanenkerk aan de Predikherenlei was de Broederschap van de Heilige Rozenkrans actief. Niet alleen kerkelijke vooraanstaanden, maar ook leden van voorname Gentse families waren erbij aangesloten. Zij kwamen uit zowel adellijke als burgerlijke kringen.
Omwille van de gelijkenissen met het schilderij 'De fontein des levens', dat bewaard wordt in de Onze-Lieve-Vrouw ter Hoyekerk van het Klein Begijnhof te Gent, wordt dit werk toegeschreven aan Lucas Horenbault de Jongere (Gent, ca. 1560 - 1626). De familie Horenbault was een Gentse kunstenaarsfamilie tussen de 15de en het einde van de 17de eeuw. Meer dan als schilders waren zij vooral bekend als landmeters en cartografen.
Het werk is mogelijk afkomstig uit het Godshuis Sint-Jan-in-d'olie.