Dit schilderij stelt waarschijnlijk de inname van Maastricht op 7 mei 1748 voor. De stad wordt brandend afgebeeld op de achtergrond. Op de voorgrond van het schilderij dansen huzaren met de lokale bevolking. Huzaren maakten deel uit van de Russische troepen in een coalitie die verder bestond uit Oostenrijkers, de Nederlandse Republiek en Engeland. De verovering van Maastricht, waarop de Franse bezetter werd verjaagd, was de laatste fase in de Oostenrijkse Successieoorlog (1740-1748).
De signatuur laat toe het werk te dateren na 26 augustus 1741, de sterfdag van Maria Elisabeth, landvoogdes van de Zuidelijke Nederlanden tussen 1724 en 1741. De vervaardiger Elisabeth Seldron was sinds 1735 haar hofschilderes.
Het schilderij werd ingewerkt als sopraporte of bovendeurstuk in de lambrisering van de voormalige ontvangstkamer van de abdij van Baudelo. Het doek was oorspronkelijk rechthoekig en werd later tot een ovaal verkleind om in de lambrisering te kunnen worden ingepast.