Deze kassei diende als stamper om zaden fijn te malen. De steen werd samen met een straatsteen (inv. A2025.26.077.2-2) in 1971 in gebruik genomen door de moeder van Leyla Yüksel. Ze was met haar familie pas toegekomen in Gent vanuit Turkije en woonde in de Filippinestraat, een bekend beluik in de Voormuide.
De meeste Turkse migranten beschikten toen over weinig financiële middelen en het was goedkoper om zelf brood te bakken dan brood bij de bakker te kopen. Bovendien vonden ze het Vlaamse brood minder smaakvol. Ook bakmateriaal was erg duur, wat de Turkse vrouwen ertoe aanzette te improviseren.
In de Voormuide werd op dat moment een straat aangelegd. De vrouwen namen elk een straatsteen en een kassei mee en bewerkten die met een bijl en hamer. Vervolgens gebruikten ze deze als maalsteen om papaverzaden fijn te malen. De zaden werden van hun olie ontdaan en als topping op het brood gebruikt. Door het jarenlange wrijven zijn beide stenen zeer glad geworden.
Zelf brood bakken was niet alleen een financiële noodzaak, maar ook een sociale activiteit voor vrouwen. Ze kwamen samen om te bakken en verdeelden het brood vervolgens onder elkaar.