De lange lederen band, uitgevoerd in wit buffelleder, is voorzien van twee in reliëf gesneden ivoren sluitstukken, waarvan één uitloopt in een gesp. De eerste riemtong toont een voorstelling in een nis met korfboog. Op de voorzijde is de heilige Barbara afgebeeld met de martelarenpalm en een toren met drie vensters; op de keerzijde staat de heilige Johannes de Doper met het evangelieboek en het lam, met aan zijn voeten een vosje. De andere riemtong draagt een doodshoofd op het plaatje, terwijl de gesp is versierd met gestileerde ranken en bloemmotieven.
De gordel is afkomstig uit het klooster van de heilige Barbara, ook bekend als het Jooris Vranckxklooster te Gent, en werd aangekocht op de veiling van het Cabinet Em. De Rudder op 16 juni 1867. Waarschijnlijk werd hij vervaardigd in Vlaanderen, mogelijk in Brugge, dat in die periode een belangrijk centrum van ivoorsnijwerk was. Wereldwijd zijn slechts tien ceintuurs van dit type met ivoren sluitstukken bekend. De sobere maar verfijnde uitvoering weerspiegelt de ingetogen luxe die kenmerkend was voor welgestelde religieuzen.