In het Hof ten Walle in Gent, later bekend als het Prinsenhof, werd op 24 februari 1500 de zoon van Johanna van Castilië en Filips de Schone geboren. Deze prins zou later als keizer Karel V heerser worden over het Heilig Roomse Rijk, een immens wereldrijk. Het Prinsenhof deed dienst als vorstelijke residentie.
Bij een vorstelijke geboorte hoort een grootscheeps doopsfeest. De kleine prins ontving talrijke geschenken waaronder een zilveren schip van de stad, een zilveren helm van de prins van Chimay en een gouden zwaard van de heer van Mons. Het doopsel had plaats in de Sint-Janskerk (nu Sint-Baafskathedraal). Vanuit het Prinsenhof, dat prominent is voorgesteld op het schilderij, trekt de doopstoet naar de Sint-Janskerk voor de plechtigheid. De ontvangen geschenken worden meegevoerd en voor de gelegenheid was er een verbinding gelegd tussen de torens van de Sint-Niklaaskerk en het Belfort, zoals de schilder ook suggereert.
Het schilderij werd in 1642 vervaardigd naar een verloren origineel. Van het luxueuze Prinsenhof blijft in het huidige stadsbeeld weinig over nadat het doorheen de eeuwen grotendeels werd afgebroken.