Zelfportret van Pierre François De Noter in zijn atelier, L' intérieur de l' attelier du peintre
Op dit zelfportret beeldde Pierre François De Noter (1779-1842) zichzelf af in zijn schildersatelier. Het is dus eveneens een interieurgezicht. Interieurgezichten van de meer eenvoudige huizen uit die periode komen niet veel voor. Meestal tonen die luxueuze interieurs van de adel en de burgerij of openbare gebouwen. Ofwel zijn het genretafereeltjes die vaak een geromantiseerd beeld geven. Hier gaat het echter om een concreet interieur. De Noter schilderde zichzelf naast een schildersezel met een werk dat de Sint-Niklaaskerk voorstelt. In zijn andere hand houdt hij een palet en borstels vast. Hij is gekleed in een pak met overjas. Links aan het raam staat zijn bureau.
In 1815 verhuisde De Noter van het Nieuwland naar de Sleepstraat. Mogelijk was deze verhuis de aanleiding om zijn nieuwe atelier af te beelden. Het wapenschild op de achterzijde van het schilderij verwijst vermoedelijk naar de heer d’Hane de Stuyvenberghe. Hij was een tijdgenoot van De Noter en bezat een aantal van diens schilderijen. Eén ervan was een versie van het Gezicht op de Sint-Niklaaskerk, dat afgebeeld is op het zelfportret. In de STAM collectie bevinden zich ook twee versies van dit schilderij (inv. 00704 en A65.02.059).
Het zelfportret in zijn atelier is gedateerd 1817. In dat jaar nam De Noter deel aan het Salon met een aantal schilderijen, waaronder dit werk.
De Noter is vooral gekend door de talrijke stadsgezichten, waaronder die van Gent. Ze tonen de gedaanteverwisselingen en transformaties van straten, pleinen, wijken en het randgebied van de stad door de eeuwen heen. Het historische stadscentrum met de middeleeuwse monumenten sprak het meest tot de verbeelding. Het Belfort, de Sint-Niklaaskerk, de Sint-Baafskathedraal, de Sint-Baafs- en Sint-Pietersabdij, evenals de beroemde Koren- en Graslei zijn vaak in beeld gebracht. De STAM collectie bevat een vijftal stadsgezichten van De Noter.