STA'M

lezing: de middeleeuwse toparchitectuur van de bijlokeabdij

Foto Marie Christine Laleman

De monumentale refter van de Bijlokeabdij maakt deel uit van de zuidvleugel en behoort tot de centrale gebouwen van de vroegere monialenabdij. Sinds de 19de eeuw worden zowel de oostelijke als de zuidelijke kloostervleugels, met hun versierde topgevels, geroemd als fraaie voorbeelden van Vlaamse baksteenarchitectuur.

Die topgevels waren bedoeld om van ver gezien te worden, van over de omheiningsmuur van het klooster en zelfs de stadsgracht. In dat opzicht vormden ze een ‘landmark’ voor wie vanuit het zuiden of het zuidwesten naar Gent kwam. Toch duidden ze niet de ingang van de Bijloke aan. De toegang tot het hospitaal en de abdij lag aan de andere zijde, waar zich vandaag de Maurice De Weerdtstraat bevindt.

De oostvleugel dagtekent uit de jaren 1310-1330. De reftervleugel werd in de jaren 1318-1338 gebouwd en onder abdis Margareta van den Berghe (1330-1363) afgewerkt. In graad van versiering valt de oostvleugel veel soberder uit. Dit onderscheid wordt ook duidelijk in de bouwgeschiedenis zoals die op basis van archeologisch, dendrochronologisch en historisch onderzoek kon worden vastgesteld. Dit recente bouwarcheologisch onderzoek onder leiding van Stadsarcheologie Gent bevestigt de faam als laatmiddeleeuwse toparchitectuur, ook in Noordwest-Europees perspectief.

marie christine laleman

Marie Christine Laleman (°1952) studeerde kunstgeschiedenis en oudheidkunde aan de Universiteit Gent, specialiseerde zich in middeleeuwse archeologie, was van juli 1973 tot juni 2017 werkzaam bij de Stad Gent, in diverse functies van wetenschappelijk medewerker tot directeur van De Zwarte Doos (Stadsarcheologie en Stadsarchief Gent), werkte mee aan de oprichting en de uitbouw van Stadsarcheologie Gent, verzorgt publicaties, voordrachten, gastcolleges aan diverse universiteiten en socioculturele toepassingen rond stadsgeschiedenis van Gent, middeleeuwse archeologie, stadsarcheologie en bouwarcheologie.

randprogramma 'vlaamse meesters in situ'

Deze lezing (3 van 4) maakt deel uit van het STAMrandprogramma 'Vlaamse Meesters in Situ'.